Dichterskring Alkmaar
 
Nina Barhorst

Nina Barhorst

                                   
                                     Alles in mij

                              De klank van mijn stem
                              klinkt niet
                              tot wie zal ik spreken?

                              kleine geluiden
                              blijven ver en vreemd
                              alles in mij wacht

                              terwijl de dag zich vult
                              met dof gemis
                              klinkt alleen
                              de stem van de regen

                              jouw stem
                              jouw stap
                              blijft stil

 

Nina Barhorst (1935) laat zich inspireren daar wat haar raakt. Via haar gedichten mogen andere delen in haar leven. Zij verwoordt haar diepste gevoelens die blij kunnen zijn of heel verdrietig, maar altijd is er plaats voor vertrouwen en voor hoop.
In 2010 verscheen er een bundel met gedichten van haar en Alja Spaan, uitgegeven door Atelier 9 en 40. Zie dichtbundels

 

Wat weegt waarheid?

Heb ik je al verteld over de roomboter
die alleen mijn moeder at,
over de thermometer die brak
en wat er toen gebeurde en heb ik
je kennis laten maken met mijn pop
die prachtig piano kon spelen?

Heb ik je gezegd dat als ik een jongen
was geweest ik niet alleen anders had geheten
en dat de wetten van het Rijke Roomse Leven
mijn vervorming voltooiden?

Het was een lange reis, mijn kindertijd.

Vertelde ik je ooit van die dag dat ik
een blade-runner de teennagels knipte,
alle tien, terwijl ze nergens meer groeiden
en hoe ik de eenarmige clown de
hand schudde die hij niet meer had?

Heb je gehoord dat ik daarna
opnieuw geboren ben uit mijzelf, volkomen
licht en onbelast door het verleden,
dat ik weiger te verwelken in de
grijze golf die rondom dreigend dreunt en
dat ik dus doorga tot ik de
Liegend Konijn Debuutprijs heb veroverd?

En dat ik jou moet achterlaten
waar ik verder ga?

 

                                 

Verlossing

de vonk die overslaat
heeft de kracht van een wolk vuurvliegjes
hij verlicht voor even het leven
van een man en een vrouw

haar zacht gezucht
zijn ingehouden ongeduld
het wordt de muziek waarop zij
gaan bewegen

in verlammende omstrengeling
zakken ze ongewild
naar de bodem van het leven
de man de vrouw

de dagen blijven binnensluipen
als rode kool op maandag
nooit lijken ze nieuw te zijn
niet voor hem niet voor haar

en ’s avonds hangend op de versleten bank
ieder in de eigen kuil die langzaam dieper wordt
wachten zij , samen alleen,
op het einde van de dag

deze man deze vrouw
zij hopen niet meer
ook niet op het kind dat uit hun zwijgend
wachten nooit geboren werd

op de voorbank van de Alpina
eindigt hun laatste dag
ze hopen dat het pijnloos wordt en milder dan het leven
en dat de kieren goed zijn afgedicht

als buren ze vinden
in verstarde omhelzing
met een glimlach op de lippen
zien ze liefde.

Kleine klanken

met een zwaai belandt hij op de kruk
bungelbeentjes die geen houvast vinden
verrukte verwondering over wat nieuw is

wat weten wij van kinderdenken
van hun woordloos weten
dat zo dicht bij wijsheid ligt

is het zichtbaar als zijn handjes
de witte toetsen beroeren
anders dan ik ooit zag

ik pianoklanken hoor als waren het
vogels nog zonder vleugels
die zachtjes zwevend landen

glimlachend tovert hij zich een thuis
vanuit een oorsprong die eeuwig heet
wat weten wij van kinderweten