Dichterskring Alkmaar
 
Elbert Gonggrijp

Elbert Gonggrijp







Elbert Gonggrijp
(Alkmaar 1965) begon in 1981 met het schrijven van gedichten.
In het begin geïnspireerd door het werk van Rutger Kopland. Later ontwikkelde hij zijn eigen persoonlijke stijl met daarin de, voor hem zo karakteriserende, schijnbare tegenstelling tussen waarneming en de waarnemer, welke zowel de menselijke natuur als de natuur om ons heen kan betreffen. -Verwondering om al wat ons omringt-

In zijn gedichten zoekt Elbert Gonggrijp naar een evenwicht tussen beeld en taal door middel van een eigen dichterlijke spreektoon, een natuurlijke toon, waar ook de klank en soms het ritme belangrijk is. 

De dichtbundels Ruisende stilte 2003, Zout 2005, Gebroken wit 2005 en Ontvreemd domein 2007 zijn allen in beperkte oplage uitgegeven en reeds uitverkocht. 2 september 2011 verscheen zijn nieuwste bundel "Voorbij elk kijken". Zie dichtbundels
Zie ook zijn website http://www.natuurgedichten.blogspot.com/

 

WELISWAAR
Uitgewerkte notitie

De halmen talmen in hun goudgeel verlangen naar
kalmte. Het licht bericht van inkeer, hangt aan vergeten
en vergaan. Het ontbreekt diepte, berust in de slapende

gedaante van een onooglijke kust. Het is er nooit op
gerust, maar verschoont het gedogen. Een gebogen
rug tot schaamte in de ongenaakbare wind –

                                

ERBARME DICH
Voor Elly de Waard

Reikend naar het duister hoor ik Smienten fluiten voorbij een
andere einder die ik niet versta. Hoe oud al dit ritueel dat mij
ten deel – zij zullen aanstonds verder gaan. In welke mate

vraagt weemoed niet diezelfde toon? Heb erbarmen over
hen, zij moesten reeds van ver, de weg lang en ongewis –

 

FANTOOM

Pijn die er niet is – een dag al vergleden voor zij begon. Er in
mee te gaan – een heden stijf en stram – en wat daarna. Het
licht reeds bezweken, het miezert ervan. Een stil vergrijp,

het dralend uur – hier, dichtbij – dat iets aan iets
herinnert – gestorven nog voor het op je lippen –

                                

I.D.

Terwijl ik regen word(met het vreugdeloze gebaar dat je huilen zou
kunnen noemen, maar het lijken eerder de ramen en de gladde
stammen van bomen die dit doen), terwijl de dag zich verruilde
voor de nacht(ik weet van niets, het lijkt in en in triest, maar zo
is het niet)scherpt zich alles aan tot wat ik leef, nat of niet –

DERGELIJKE DINGEN
Uitgewerkte Smartphone opname

Het flinterdunne laagje ijs waar ik niet lopen kan, een roestig
slot waardoor de deur slechts op een kier, een haperende
hymne voor een vaderland, de krakende traptrede naar

beneden, de witte ruis op de achtergrond, een klein saluut
voor de tuin, maar tierig onkruid in een hoekje ongeacht –